Google Ads voor webshops: van idee tot livegang

Je Google Ads-account staat aan, het budget loopt, maar je weet eigenlijk niet goed welke campagne wat doet. Dat is geen uitzonderlijke situatie. De meeste webshops groeien hun advertentiestructuur organisch: één campagne erbij, dan nog één, en voor je het weet heb je een wirwar waar niemand meer grip op heeft.

Een goede campagnestructuur is geen administratieve luxe. Het bepaalt letterlijk hoe goed Google jouw budget verdeelt, hoe snel het algoritme leert en of je ooit écht inzicht krijgt in wat werkt. Dit artikel legt uit hoe je dat opbouwt, van de eerste beslissing tot de dag dat je live gaat.

Wat een campagnestructuur is

Een Google Ads-account heeft drie niveaus: campagnes, advertentiegroepen en advertenties. Op campagneniveau bepaal je het budget, het campagnetype en het doel. Op advertentiegroepniveau groepeer je producten of zoekwoorden die bij elkaar horen. Op advertentieniveau staan de teksten, afbeeldingen of productvermeldingen die mensen te zien krijgen.

Hoe je die drie niveaus indeelt, bepaalt hoe goed het systeem kan leren. Google’s algoritme heeft duidelijke signalen nodig: wat wil jij bereiken, welke producten horen bij welk doel en wat is een conversie waard? Hoe chaotischer de structuur, hoe vager die signalen en hoe slechter het algoritme presteert.

De twee campagnetypen die je als webshop moet kennen

In 2026 draaien de meeste webshops op een combinatie van twee campagnetypen. Het is belangrijk te weten wat elk doet, zodat je bewust kunt kiezen welke je wanneer inzet.

– Meer controle

Standard Shopping

Je beheert zelf welke producten waar worden getoond, welke biedingen per productgroep gelden en welke zoektermen je uitsluit. Langzamer te optimaliseren, maar je hebt volledig inzicht in wat er gebeurt.

– Meer bereik

Performance Max

Google verdeelt je advertenties zelf over Search, Shopping, YouTube, Display, Discover en Gmail. Je geeft een doel en signalen mee, het algoritme doet de rest. Vereist minimaal 30 tot 50 conversies per maand om goed te leren.

De twee werken niet goed als vervangers van elkaar, maar als aanvulling. De beste campagnestructuur voor e-commerce in 2026 scheidt merkgerelateerde en niet-merkgerelateerde Search in aparte campagnes, segmenteert Shopping en Performance Max asset groups per productcategorie en marge, en gebruikt gedeelde lijsten met uitsluitingszoekwoorden om overlap te voorkomen.

De meest gemaakte fout: één Performance Max-campagne met alle producten erin. Google optimaliseert dan op volumebasis en schuift budget naar de makkelijkste producten, niet naar de meest winstgevende. Segmenteer op marge of productcategorie, niet op gemak.

Merk en niet-merk: altijd scheiden

Dit klinkt technisch, maar het effect is direct voelbaar in je resultaten. Branded zoekopdrachten (mensen die jouw merknaam intypen) converteren vrijwel altijd beter en goedkoper dan niet-branded zoekopdrachten. Als je ze in dezelfde campagne gooit, schuift het algoritme het budget automatisch naar de branded termen, omdat die beter presteren.

Je ROAS ziet er op papier goed uit, maar je betaalt in werkelijkheid voor klikken van mensen die toch al naar je webshop kwamen. De niet-branded campagnes, die nieuwe klanten moeten aantrekken, krijgen te weinig budget en leren te langzaam. Door ze te scheiden zie je wat branded advertising écht kost en wat de niet-branded campagnes daadwerkelijk bijdragen.

Hoe je de structuur opbouwt voor je live gaat

Reviews, support-tickets, social media-vermeldingen, enquêtes: er komt constant feedback binnen die waardevolle informatie bevat over wat klanten echt vinden. Maar die informatie wordt zelden systematisch verwerkt, gewoon omdat er geen tijd voor is.

Stap 1: Stel conversiemeting in voordat je ook maar één euro uitgeeft

Open Google Tag Manager, maak een trigger aan op je bedankpagina (de pagina die verschijnt na een aankoop) en koppel deze aan een Google Ads-conversiedoel. Zonder dit heeft het algoritme geen idee wat werkt en verspil je budget aan klikken waarvan je nooit weet of ze iets hebben opgeleverd. Stel ook de conversiewaarde in op de werkelijke orderwaarde, zodat Smart Bidding kan optimaliseren op omzet in plaats van op aantallen.

Stap 2: Begin met één campagnetype per doel

Start niet met vijf campagnes tegelijk. Kies je primaire doel: omzet maximaliseren of een specifieke ROAS halen. Maak dan één Performance Max-campagne als je al voldoende conversiedata hebt (30 of meer per maand), of begin met Standard Shopping als je account nog weinig historische data bevat. Performance Max dient als breed bereikkanaal. Het is sterk in het opsporen van potentiële klanten via kanalen die Standard Shopping niet bereikt. Maar alleen PMax is niet genoeg, omdat het beperkte controle biedt over zoektermtargeting, bodaanpassingen per product en budgetverdeling per categorie.

Stap 3: Segmenteer op marge, niet op producttype

Maak aparte asset groups (binnen Performance Max) of campagnes (binnen Standard Shopping) voor producten met een hoge marge versus producten met een lage marge. Zo kun je per segment een ander ROAS-doel instellen. Op een product met 60% marge kun je agressiever bieden dan op een product met 15% marge. Als je dat niet scheidt, middelt het algoritme alles uit en verlies je geld op de goedkope producten terwijl je te weinig biedt op de winstgevende.

Stap 4: Zorg voor een gezonde productfeed

Je productfeed in Google Merchant Center is de basis van elke Shopping-campagne. Voor webshops die Performance Max willen inzetten is een complete en goed gestructureerde productfeed via Google Merchant Center essentieel. Zorg voor relevante producttitels, beschrijvingen en prijzen. Tools als Channable helpen je de feed automatisch te vullen en te onderhouden vanuit je webshop. Een slechte feed is de meest voorkomende reden waarom campagnes achterblijven bij de verwachtingen.

Quick wins voor deze maand

Vier dingen die je nu kunt doen:

1. Controleer of je conversiemeting klopt

    Ga in Google Ads naar Doelen > Conversies. Staat er een conversie met het label “Primaire actie” gekoppeld aan je aankoop? Zo niet, zet dit vandaag op via Google Tag Manager. Zonder dit leert het algoritme van niets.

    Hands holding credit card making online purchase on laptop at wooden desk with various items.

    2. Splits merk en niet-merk in aparte campagnes

    Ga naar je huidige Search-campagne, filter op zoektermen die jouw merknaam bevatten en verplaats die naar een aparte campagne. Voeg in de niet-merkgerelateerde campagne jouw merknaam toe als uitsluitingszoekwoord.

    3. Bekijk je Performance Max-segmentatie

    Open je PMax-campagne en kijk hoeveel asset groups je hebt. Heb je er maar één met alle producten? Maak dan minimaal een tweede aan voor je best verkopende categorie en geef die een apart doel-ROAS mee.

    4. Controleer je productfeed op afkeuringen

    Log in op Google Merchant Center, ga naar Producten > Diagnostiek en los de meest voorkomende foutmeldingen op. Elk afgekeurd product is een product dat niet wordt getoond, ongeacht hoe goed de rest van je campagne is ingericht.

    Veelgestelde vragen

    Niet per se. De vuistregel is: maak aparte campagnes als er een wezenlijk verschil is in marge, doel of doelgroep. Als je schoenen en tassen verkoopt met vergelijkbare marges en hetzelfde doel, kun je ze prima in één campagne houden. Gaat het om producten met sterk verschillende marges of andere ROAS-doelen? Dan is scheiden zinvoller, omdat je dan per segment een ander bod kunt instellen.
    De richtlijn van Google is minimaal 30 tot 50 conversies per maand per campagne. Heb je die nog niet? Begin dan met Standard Shopping. Dat geeft je meer controle terwijl je datavolume opbouwt. Schakel pas over naar Performance Max als je voldoende historische data hebt, anders zit het algoritme permanent in een leerfase en presteert de campagne onder zijn potentieel.
    Dat komt doordat het algoritme standaard optimaliseert op conversiewaarde over het hele productaanbod. Als je geen segmentatie hebt aangebracht via asset groups, trekt Google budget naar de producten met de meeste historische klikdata. Dat zijn zelden jouw meest winstgevende producten. Segmenteer je asset groups op marge of categorie en geef elk een eigen doel-ROAS mee om dit te sturen.
    De structuur zelf pas je bij als er een wezenlijke verandering is in je assortiment, marges of doelstellingen. Wat je wél regelmatig doet: zoektermen doorlopen en uitsluitingszoekwoorden toevoegen, biedstrategieën evalueren en de productfeed actueel houden. Pas geen biedingen of instellingen aan binnen de eerste twee weken na een wijziging. Je reset dan de leerfase van het algoritme en verliest de opgebouwde data.
    Een advertentiegroep bestaat binnen een Search of Standard Shopping-campagne en bevat zoekwoorden of producten. Een asset group is het equivalent binnen Performance Max: je groepeert er de afbeeldingen, teksten, video’s en producten die bij een bepaald doel of thema horen. In beide gevallen geldt hetzelfde principe: hoe specifieker en consistenter de groep, hoe relevanter de advertenties die Google kan samenstellen.